Verpakken door
de jaren heen

De route naar intrinsiek duurzaam verpakken

‘We kunnen niet doorgaan op de huidige weg, maar we kunnen er ook niet mee stoppen’. Zie hier het verpakkingsdilemma, zoals opgetekend in The State of Sustainable Packaging van het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken. In deze publicatie uit juli 2020 geeft het KIDV aan hoe de internationale verpakkingswereld via recycling en circulariteit uiteindelijk intrinsieke duurzaamheid kan bereiken. Intrinsiek duurzaam verpakken is verpakken zonder schade aan mens en milieu.

In The State of Sustainable Packaging geeft het KIDV een strategische kijk op de benodigde samenwerking én innovaties op het gebied van duurzaam verpakken. In het document worden dertien knelpunten geanalyseerd die duurzaam verpakken in de weg staan. Om ze aan te pakken heeft het KIDV een strategie met drie innovatiesporen opgesteld, met effecten op de korte, middellange en lange termijn.

Spoor 1 gaat over meer en beter recyclen en verhoogde efficiency in product-verpakkingssystemen. Het is op de korte termijn gericht en de primaire verantwoordelijkheid ligt bij producenten, importeurs, inzamelaars, sorteerders en recyclers en verpakkingsspecialisten. Circulariteit en efficiëntie in productie-consumptiesystemen vormen de kern van innovatiespoor 2 (circulaire economie). Het derde innovatiespoor is het spoor naar de intrinsieke duurzaamheid van product-verpakkingscombinaties. Materiaalstromen moeten zowel circulair als biosfeer-passend zijn.

European Strategy for Plastics

In de European Strategy for Plastics in a Circulair Economy” (januari 2018) stelt de Europese Unie (EU) concrete maatregelen voor om een circulaire economie voor kunststoffen te realiseren in de toekomst. De plastic strategie is onderdeel van het in 2015 gepresenteerde circulaire economie pakket van de Europese Unie, Closing the Loop.

Een belangrijke prioriteit is dat alle kunststof verpakkingen in 2030 recyclebaar zijn. De nieuwe voorschriften richten zich onder meer op de ontwerpfase. Door al tijdens het ontwerpen van verpakkingen rekening te houden met de afdankfase, kan een verpakking zo worden gemaakt dat deze beter recyclebaar is.

Niet alleen de recyclebaarheid van kunststof verpakkingen staat hoog op de agenda. Ook het ontwikkelen en stimuleren van duurzame materialen is een van de doelstellingen. Jaarlijks wordt 26 miljoen ton kunststofafval in de EU geproduceerd, waarvan minder dan 30 procent wordt ingezameld voor recycling. Het aandeel gerecycled content in nieuwe producten moet daarom volgens de EU drastisch omhoog, naar 10 miljoen ton in 2025.

Daarnaast moet de gescheiden inzameling van kunststof verpakkingsafval in heel Europa worden verbeterd, zodat recyclers een kwalitatief betere afvalstroom kunnen verwerken. De verwerkingscapaciteit in Europa wordt uitgebreid, zeker na de importban die China heeft ingevoerd.

De Europese plasticstrategie richt zich tevens op het terugdringen van microplastics en kunststof wegwerpproducten. Naar aanleiding daarvan diende de Europese Commissie in mei een voorstel in met verschillende maatregelen om de hoeveelheid kunststofafval in oceanen en zeeën terug te dringen. Dit moet bedrijven aanzetten om duurzame alternatieven voor kunststof producten en -verpakkingen te ontwikkelen.

Ten slotte zijn aan de lijst van verboden kunststoffen vanaf 2021 ook oxo-degradeerbare kunststoffen en expanded polystyreen (EPS oftewel piepschuim) toegevoegd.

 

Rijksbrede programma circulaire economie

Om te voorkomen dat grondstoffen worden uitgeput en om de belasting van het milieu te verlagen wordt er door overheid en bedrijfsleven ingezet op een transitie van een lineaire economie naar een circulaire economie.

Binnen het Europees beleid zijn er doelstellingen geformuleerd om de overgang naar een circulaire economie te stimuleren, onder andere door meer aandacht op recycling en hergebruik te richten. Deze doelstellingen zijn vastgelegd in ‘Closing the loop’, het Europese circulaire economie pakket, dat in december 2015 werd goedgekeurd door de Europese Commissie. Het pakket heeft betrekking op de volledige levenscyclus van producten: van de productie- en consumptiefase tot afvalbeheer en de markt voor secundaire grondstoffen. Het pakket bevat ook een richtlijnen voor verpakkingen en verpakkingsafval.

Naar aanleiding van het Europese pakket, heeft Nederland het Rijksbrede programma circulaire economie ontwikkeld. Dit programma werd in september 2016 gepubliceerd door de Ministeries van Infrastructuur & Milieu en Economische Zaken en richt zich op de ontwikkeling naar een circulaire economie in 2050. In het Rijksbrede programma circulaire economie is ook opgenomen dat er een Grondstoffenakkoord wordt gesloten door bedrijven, overheden, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. Ondertekenaars van het Grondstoffenakkoord spreken af oplossingen te bieden voor belemmeringen die de overgang naar een circulaire economie nu nog in de weg staan.

Closing the loop

Om te voorkomen dat grondstoffen worden uitgeput en om de belasting van het milieu te verlagen wordt er door overheid en bedrijfsleven ingezet op een transitie van een lineaire economie naar een circulaire economie.

Binnen het Europees beleid zijn er doelstellingen geformuleerd om de overgang naar een circulaire economie te stimuleren, onder andere door meer aandacht op recycling en hergebruik te richten. Deze doelstellingen zijn vastgelegd in ‘Closing the loop’, het Europese circulaire economie pakket, dat in december 2015 werd goedgekeurd door de Europese Commissie. Het pakket heeft betrekking op de volledige levenscyclus van producten: van de productie- en consumptiefase tot afvalbeheer en de markt voor secundaire grondstoffen. Het pakket bevat ook een richtlijn voor verpakkingen en verpakkingsafval.

Naar aanleiding van het Europese pakket, heeft Nederland het Rijksbrede programma circulaire economie ontwikkeld. Dit programma werd in september 2016 gepubliceerd door de ministeries van Infrastructuur & Milieu en Economische Zaken en richt zich op de ontwikkeling naar een circulaire economie in 2050. In het Rijksbrede programma circulaire economie is ook opgenomen dat er een Grondstoffenakkoord wordt gesloten door bedrijven, overheden, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. Ondertekenaars van het Grondstoffenakkoord spreken af oplossingen te bieden voor belemmeringen die de overgang naar een circulaire economie nu nog in de weg staan.

Cradle to Cradle

In 2002 publiceren McDonough en Braungart het boek Cradle to Cradle (C2C), Remaking the Way We Make Things. Het boek biedt een concept om uitputting van grondstoffen en de groei van afval te voorkomen. Om een goed hergebruik te bewerkstelligen onderscheidt C2C twee materiaalkringlopen: een biologische en een technische. Deze twee kringlopen zijn inmiddels een vast grafisch onderdeel van lezingen over duurzaamheid en circulaire economie.

Uitputting van grondstoffen was al door de Club van Rome (1968) onder de aandacht gebracht, die als oplossing zag het ‘consuminderen’. Dat staat echter haaks op het principe van ‘economische groei als bron van welvaart’, zoals al meer dan 100 jaar het geval is. C2C biedt daar een oplossing voor: een product is duurzaam als het zonder verlies aan materiaal door de kringloop gaat. Dat maakt het concept geschikt om zonder verlies van materiaal toch dezelfde welvaart te behouden, en dat is ook de reden van het succes. Tegenwoordig kunnen bedrijven hun producten laten certificeren op een C2C norm.